Algemeen

 

Historie

De IJslandse herdershond is een van de oudste hondenrassen ter wereld. Men gaat ervan uit dat de prille voorouders al rond 900 (874-930) door de Vikingen naar IJsland gebracht werden. Het is dan ook niet zo vreemd dat de huidige IJslandse herdershond nog veel gelijkenis vertoont met o.a. de Noorse Buhund, de Finse Spits en andere poolhonden.

De honden kwamen destijds de boeren goed van pas bij het drijven van hun schapen en paarden.

In oude literatuur komt men vaak verwijzingen tegen naar dit oude IJslandse hondenras.

Kenmerken

De IJslandse herdershond kenmerkt zich door een kleine maar krachtige en stevige bouw en een vrolijk en enthousiast karakter.

Er wordt wel verteld dat de IJslandse honden de grootste orentaal hebben van alle honden. De oren van deze honden zijn dan ook eigenlijk continu in beweging. Kennelijk is dit een welkome aanvulling op de overige lichaamstaal.

Enkele of dubbele wolfsklauwen aan de achterpoten zijn gewenst. In een beperkt aantal gevallen hebben IJslandse honden deze enkele of dubbele wolfsklauwen zelfs aan een of beide voorpoten.

Wolfsklauwen blijken het zgn. altspoor, een overblijfsel van de Lundehond. Zij zouden hun nut bewijzen door een beter houvast in bergachtig gebied en ook in de sneeuw.

IJslandse honden op IJsland blaffen graag en veelvuldig. Ook in Nederland vertonen zij een sterke neiging daartoe. Met een consequente aanpak kun je hier echter aardig in bijsturen.

Onze honden vormen  is hier gelukkig een uitzondering op. Zij blaffen eigenlijk heel weinig, hoogstens om het erf te bewaken.

 

Raszuiverheid

Het is vooral aan de geïsoleerde ligging van IJsland te danken dat de oorspronkelijke raskenmerken zo zuiver zijn gebleven. Desondanks kom je nu op IJsland zelf niet zo erg veel raszuivere honden meer tegen. Veelal zijn ze gekruist met de Border Collie en de Duitse of Belgische herders.

De echte IJslandse hond die overeenstemt met de oorspronkelijke standaard zie je meer in Duitsland, Denemarken en Nederland.

In Nederland is men veel dank verschuldigd aan Ans Beer-Schell. Gedurende een groot aantal jaren heeft zij zich met tomeloze inzet en doorzettingsvermogen ingespannen voor het IJslandse hondenras. Het is vooral aan haar inzicht te danken dat we nu in Nederland terug kunnen vallen op prachtige honden met de oorspronkelijke raskenmerken.

Karakter

Kenmerkend voor de IJslandse hond is zijn sterke karakter, altijd nieuwsgierig, vrolijk en enthousiast.

Daarbij komt een enorme inzet en groot uithoudingsvermogen.

24 uur per dag kun je rekenen op een onbevangen en opgewekt maatje, dat je altijd in de gaten houdt.

De echte IJslandse hond zal je vertrouwen nimmer beschamen. Hij is lief voor kinderen en kan veel van hen verdragen. Hij is buitengewoon intelligent en leert daardoor snel.

Met de juiste aandacht en liefdevolle training kun je een IJslandse hond veel leren. Gebruik je daarbij een te harde aanpak, dan heeft dat een averechts effect.

Niet voor niets staat er herdershond in de officiële benaming. Van huis uit is de IJslandse hond eigenlijk een echte werkhond. Met een vriendelijke, maar wel consequente training kun je er erg ver mee komen. Niet alleen bij gehoorzaamheidstrainingen, maar vooral ook bij behendigheid en flyball.

Met de juiste training kun je van je IJslandse hond een betrouwbaar hulpje maken bij het drijven van vee zoals paarden, koeien, schapen ... maar helaas ook een kat , vogels op strand  en konijntjes of hazen in het bos bijvoorbeeld wil hij ook wel eens achteraan gaan. Maar hij komt gelukkig altijd weer snel bij je terug.

IJslandse honden hebben een enorme energie en moeten bij voorkeur per dag dan ook minimaal twee uur kunnen rennen, spelen of ravotten. Lange wandelingen en/of hondensport zijn een must.

Hij gaat graag mee aan de fiets of op een actieve vakantie. Thuis blijven doet hij niet graag, want het liefst is hij 24 uur per dag bij u in de buurt.

U moet niet vreemd opkijken dat wanneer je zojuist een fikse wandeling van drie á vier uur hebt gemaakt hebt en je zelf moe maar voldaan thuis of bij de auto komt, je hond je aankijkt alsof hij wil zeggen “Nu al...ik wil nog wel een keer”.

 

Bouw

Volwassen IJslandse honden zijn van een gemiddelde grootte. Teefjes tot ca. 42 cm en reutjes tot ca. 46 cm.

De IJslandse hond groeit tamelijk traag tot volwassenheid. Veelal zijn ze pas uitgegroeid als ze een maand of 24 oud zijn. Zijn geestelijke volwassenheid duurt nog langer, 2-3 jaar.

Wat vooral in zijn verschijning op valt zijn de spitse oren, de expressieve ogen met daarin een intelligente blik en niet te vergeten zijn volle, gekrulde staart.

 

Vacht

Kenmerkend voor de IJslandse hond is het ontbreken van de zgn. hondenlucht. Hun vacht is een echte poolvacht en de haren ervan kunnen kort, halflang of lang zijn. Alleen tijdens de rui verdient het aanbeveling de vacht met een grove borstel te behandelen. Overigens is de rui bij een teefje twee keer en een reu één keer per jaar. Buiten deze periode hoeft er weinig aan de vacht verzorgd te worden. Dat kunnen ze perfect zelf, hun vacht is zelfreinigend.

De vachten van onze teefjes Fjalladís, Nóa en de puppen zijn tot nu toe zijn halflang. De vachten zijn nagenoeg waterdicht.

Wanneer ze gezwommen hebben, wat ze overigens graag doen en zeker ook goed kunnen, zijn ze meestal na een uur weer zo goed als droog. De ondervacht wordt zelfs helemaal niet nat.

 

Kleuren

De meest voorkomende kleuren bij IJslandse honden zijn voskleurig, van licht tot dieprood, zwart met wit, zwart driekleur, grijs en crème. Voskleur ziet men echter het meest. Er is altijd een hoofdkleur. IJslandse pups zijn net toverballen, ze kunnen donker geboren worden en uiteindelijk volwassen worden met een prachtige voskleur.